Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

 

 

Het Energiniale leven "Het lang verborgen geheim"


 
1-3 Multiversum 

De term multiversum verwijst naar het idee of concept dat er naast het zichtbare universum 
waar we in leven nog veel (volgens sommigen oneindig veel) andere universa zijn 
waarnaar verwezen wordt als parallelle universa. 
Volgens de oerknaltheorie zal het heelal uitdijen, maar als er meerdere ruimten zijn 
die dat ook doen, zullen ze zo elkaar op den duur kruisen. Dit hangt nauw samen met het 
idee van een multiversum. Er ontstaan nieuwe centra, waar materie zich opnieuw 
samenvoegt, en waar zodoende ook nieuwe oerknallen kunnen ontstaan. Zo ontstaat er 
een soort “superheelal”.

Multiversum in de natuurkunde en kosmologie 
Het concept van het multiversum of ‘veel universa’ is voorgesteld in de jaren vijftig van de 
20e eeuw door de natuurkundige Hugh Everett om bepaalde problemen in de 
kwantumfysica op te lossen. In het kort komt het erop neer dat bij iedere observatie van 
een gebeurtenis in de kwantumwereld (waar meerdere uitkomsten mogelijk zijn) iedere 
uitkomst verwerkelijkt wordt in een nieuw parallel universum of tijdlijn voor iedere 
mogelijkheid. Dit zou een ontzaglijk groot aantal verschillende universa opleveren. 
Het multiversum is dan het geheel, of de verzameling van alle mogelijke universa. 
Na aanvankelijke scepsis van de wetenschappelijke wereld is een deel van de 
natuurkundigen het tegenwoordig eens over de noodzaak om de 
‘vele-wereldeninterpretatie’ te gebruiken als men zou willen komen tot een fundament 
van een ‘allesomvattend’ model van het universum. Voorbeelden zijn de snaartheorie 
of M-theorie en de inflatietheorie. De theoretisch natuurkundige en M-theoriedeskundige 
Michio Kaku schat het aantal mogelijke universa op minstens 10.500 Ter vergelijking: 
men schat dat er slechts ongeveer 10.70 atomen in ons (zichtbare) heelal zijn. 

Kritiek 
Veel natuurkundigen hangen echter een formalisme aan, dat alleen een wiskundige 
beschrijving wil geven met voorbijgaan aan de vraag naar de feitelijke aard van de 
onderliggende natuurkundige werkelijkheid. Het multiversum is een mogelijke 
interpretatie van het wiskundige model, die er wiskundig gezien echter niets aan 
toevoegt. Het is ook niet duidelijk of deze interpretatie de status van 
wetenschappelijke theorie heeft; het is bijvoorbeeld onduidelijk of zij empirisch te 
toetsen is. Het lijkt erop dat alle mogelijke waarnemingen binnen de interpretatie 
vallen; er is dan geen mogelijkheid tot falsificatie en de interpretatie is in dat geval 
alleen te rechtvaardigen als een pure tautologie. 
Een veel gehoorde tegenwerping tegen het idee van een multiversum is dat het niet 
zou voldoen aan de eis van Ockhams Scheermes: omdat het multiversum het bestaan 
van zoveel universa inhoudt, lijkt het minderwaarschijnlijk te zijn dan het alternatief dat 
er maar één universum is. Over het algemeen wordt er echter van uitgegaan dat die 
eis niet relevant is in die gevallen waar een groot aantal verschijnselen noodzakelijk 
voortvloeit uit een enkel fundamenteel principe of inherent is aan een samenhangend 
gebeuren. Zo mag men het concept van de natuurlijke getallen niet verwerpen met het 
argument dat het er oneindig veel zijn of het trekken van een lijn onwaarschijnlijk achten 
omdat die oneindig veel punten bevat. 


1-4 Donkere energie 

Donkere energie is een hypothetische vorm van energie in het heelal die verantwoordelijk 
zou zijn voor de versnelling van de uitdijing van het universum. Donkere energie is overal 
en gelijkmatig verdeeld in het heelal. Het gedraagt zich alsof het een negatieve 
zwaartekracht uitoefent. 

In 1917 had Albert Einstein al een kosmologische constante geïntroduceerd in zijn 
veldvergelijkingen. Omdat Einstein uitging van een statisch heelal, deed hij dit om te 
voorkomen dat het heelal volgens zijn theorie door de zwaartekracht zou instorten. 
Na de ontdekking van de uitdijing van het heelal trok Einstein het idee van deze 
anti-zwaartekracht in en noemde dit idee “zijn grootste blunder”. 
Verdeling van donkere materie en donkere energie in het universum ten opzichte van 
zichtbare materie volgens metingen van de WMAP. 

In de jaren negentig werd ontdekt aan de hand van de studie van verre supernova’s, 
het Supernova Cosmology Project, dat de uitdijing van het heelal zo’n vijf miljard jaar 
na de oerknal is gaan versnellen. De enige manier om dit te verklaren was het 
introduceren van een onbekende kracht die zich gedroeg als een kosmologische 
constante en werkte als een negatieve zwaartekracht.

Nauwkeurige analyses van de gegevens van de WMAP in maart 2003 brachten aan 
het licht dat de dichtheid van het heelal voor 74% bestaat uit donkere energie. 
Inmiddels is dat aandeel door observaties van het Planck Observatory teruggebracht 
tot 68%. Slechts 5% bestaat uit gewone (baryonische) materie, de 27% rest wordt 
verklaard door donkere materie. Kosmologen hebben voor deze donkere energie 
nog geen verklaring. 

Gedacht wordt aan de energie van het vacuüm zelf, de zogenaamde nulpuntsenergie. 
Dit levert voor de theoretici echter zeer grote problemen op indien deze energie 
volgens de kwantummechanica wordt berekend. De uitkomst hiervan is veel hoger 
(wel 10120 tot 10140 keer) dan de waargenomen donkere energie. 


1-5 Donkere materie 

Verdeling van donkere materie en donkere energie in het universum ten opzichte 
van zichtbare materie volgens metingen van de WMAP (2003). Inmiddels worden 
iets andere getallen aangehouden. 
Donkere materie is een hypothetische soort materie in het heelal, die niet 
zichtbaar is met optische middelen en dus niet te detecteren is via de 
elektromagnetische straling die de aarde bereikt. Daarom wordt ze donkere 
materie genoemd, om haar te onderscheiden van de zichtbare materie. Op grond 
van waarnemingen door de Planck Observatory wordt gedacht dat de totale 
hoeveelheid massa/energie van het heelal bestaat uit: 
68% donkere energie 
27% donkere materie 
5% normale materie (baryonen). 

Donkere materie wordt verondersteld te bestaan om de waargenomen 
baanbeweging van verre sterren en afgeplatte spiraalvormige sterrenstelsels 
(zoals ons eigen Melkwegstelsel) te verklaren op een wijze die zowel consistent 
is met de zwaartekrachttheorie als met de relativiteitstheorie. De zichtbare materie 
in deze sterrenstelsels heeft namelijk niet genoeg 24 
massa om de bewegingssnelheid van de sterrenstelsels in hun baan om het 
gemeenschappelijk zwaartepunt te kunnen verklaren. Om de bewegingssnelheid 
met de bestaande zwaartekrachttheorie en de relativiteitstheorie te kunnen verklaren, 
veronderstellen astronomen dat er extra materie aanwezig is die tot dusverre niet 
gedetecteerd kan worden. 

Donkere materie en afgeplatte spiraalstelsels 

Jan Hendrik Oort was de eerste persoon die het bestaan van donkere materie 
beschreef in 1932. Oort was bezig met het bestuderen van de Melkweg, en 
bedacht als eerste dat de massa van het stelsel groter moest zijn dan louter 
de zichtbare massa. De berekeningen van Oort bleken foutief te zijn, maar 
Fritz Zwicky bewees het idee van Oort in 1933. 

Zwicky zag dat er iets moest bestaan als donkere materie. Zijn observaties 
van sterrenstelsels in de Comacluster toonden bij acht daarvan dat ze snelheden 
bezaten die vele malen groter waren dan verwacht. De snelheden die Zwicky 
mat bedroegen 3 miljoen kilometer per uur, wat zou impliceren dat de massa 
zo’n 50 maal zo groot was als verwacht werd op grond van de waarnemingen. 
Zwicky nam aan dat dunkele Materie, donkere materie dus, verantwoordelijk 
was voor deze hoge snelheden. 

Rond 1978 deden de Amerikaanse sterrenkundigen Vera Rubin en Kent 
Ford snelheidsmetingen op afgeplatte spiraalvormige sterrenstelsels, zoals 
ons eigen Melkwegstelsel. De snelheidsmetingen werden uitgevoerd aan 
wolken waterstofgas, die zichtbaar zijn in de verste buitengebieden van het 
spiraalstelsel, waar vrijwel geen sterlicht geproduceerd wordt. Bij elliptische 
stelsels kon deze meetmethode niet worden toegepast, doordat hierin vrijwel 
geen gas voorkomt. Met de bekende gravitatiewetten werd uit de gemeten 
rotatiesnelheid van de afgeplatte stelsels de benodigde massa berekend. 
Deze massa was veel groter dan de massa die aanwezig was in de zichtbare 
sterren en gaswolken. 

Anders gezegd: de buitengebieden van de spiraalstelsels draaien sneller rond 
dan verwacht werd op grond van de bekende massa. Dit heet het melk25 
wegstelseldraaiingsprobleem. Er moet dus een sterker zwaartekrachtsveld zijn. 
Hiervoor werd aangenomen dat er onzichtbare massa aanwezig was in de 
sterrenstelsels. Deze werd donkere materie genoemd omdat ze niet zichtbaar is. 
Het ontbreken van zwarte massa in elliptische sterrenstelsels (zie verderop in 
dit artikel) enerzijds, en een mogelijke alternatieve verklaring van de afwijkende 
gravitatiewet door een aanpassing van die wet voor verre afstanden anderzijds, 
geeft aan dat de theorie van de donkere materie niet de enige mogelijke 
verklaring is voor de afwijkende rotatiesnelheid van verre afgeplatte sterrenstelsels.

Eigenschappen 
Om een verklaring te zijn voor de snelheid van sommige sterrenstelsels moet 
donkere materie aan de volgende eigenschappen voldoen: 
- zij heeft massa; 
- zij bevindt zich in grote hoeveelheden in alle sterrenstelsels in het heelal; 
- zij is niet zichtbaar, of anderszins te detecteren via de elektromagnetische 
straling die ons op aarde bereikt.  


NAAR HET VOLGENDE HOOFDSTUK

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.