Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

 

 

Het Energiniale leven "Het lang verborgen geheim"


 
Hoofdstuk 1 

1-2 Wat de geleerden zeggen over het Universum 

Laten we maar eens eerst de wetenschap spreken en wat er in bijvoorbeeld een wikipedia 
vastgelegd is hoe men het heelal/universum verklaart en ziet. 

Het heelal of Universum 
Het heelal of universum in de astronomie, ofwel de kosmos in de kosmologie, zijn synoniemen 
voor alle materie en energie binnen het gehele ruimtetijd-continuüm waarin wij bestaan. 

Definitie 
Er valt voorts nog een onderscheid te maken tussen het zichtbare heelal en het theoretische 
heelal: 
Het zichtbare heelal omvat dat deel van het heelal waarvan sinds het “begin der tijden” licht ons 
heeft kunnen bereiken en dat we daardoor om ons heen kunnen waarnemen. Omdat de 
snelheid van het licht eindig is, is ook het zichtbare heelal gemeten vanaf het “begin der tijden” 
eindig. 

Het theoretische heelal omvat de theoretische modellen die in de kosmologie een mogelijke 
structuur beschrijven waarin het zichtbare heelal wellicht ‘ingebed’ is. Deze worden behandeld 
in bijvoorbeeld de verschillende snaartheorieën en de theorie over een mogelijk multiversum.

De oerknal 
Over het algemeen wordt aangenomen dat het heelal is ontstaan volgens de oerknaltheorie. 
Volgens de huidige stand van zaken van deze theorie is het heelal circa 13,75 miljard 
(± 1%) jaar geleden ontstaan. 

De Belgische astronoom Georges Lemaître introduceerde in 1927 de theorie dat het universum 
uitdijt, wat verklaarde dat ver van ons verwijderde sterrenstelsels een roodverschuiving vertoonden. 
De Amerikaanse astronoom Edwin Hubble vond twee jaren later experimenteel bewijs voor 
Lemaîtres theorie. Hij bewees dat alle sterrenstelsels zich van ons verwijderen met een snelheid 
proportioneel tot de afstand ten opzichte van ons. Dit impliceerde dus ook een begin vanuit een 
bepaald punt en in 1931 verklaarde Lemaître dat het heelal met de explosie van een oeratoom 
was begonnen. Laatdunkend werd deze theorie daarom door de Britse astronoom Fred Hoyle 
“bigbangtheorie” genoemd, een term die is blijven hangen. Het belangrijkste bewijs voor de theorie 
werd in 1964 ontdekt door Arno Allan Penzias en Robert Woodrow Wilson, die hiervoor de 
Nobelprijs voor de Natuurkunde kregen. Zij ontdekten namelijk (bij toeval; ze waren er niet naar op 
zoek) de achtergrondstraling, die werd voorspeld door de oerknaltheorie. 
Van de verst verwijderde sterrenstelsels is de golflengte van het licht met meer dan een factor 6 
toegenomen, wat betekent dat het heelal met deze factor is uitgedijd sinds het licht van deze 
sterrenstelsels vertrok. 

Aan de hand van de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling gemeten door de “Cosmic 
Background Explorer” (COBE) kon worden berekend hoe oud het heelal is. Het moment van de 
bigbang werd bepaald op 15,556 miljard jaar geleden met een onzekerheid van 24 miljoen jaar. 
Recenter onderzoek met de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) gaf echter een 
ouderdom van 13,7 miljard jaar met een onzekerheid van 1% (ca. 137 miljoen jaar). Metingen van 
ESA, bekendgemaakt in 2013, wijzen op een leeftijd van 13,8 miljard.

Het zichtbare heelal 
De grote-schaalstructuur 
Het zichtbare heelal is volgens hedendaagse kennis opgebouwd uit grote groepen superclusters en 
clusters, die samen met slierten sterrenstelsels (filamenten) een draderig netwerk vormen waartussen 
zich enorme superholtes bevinden. Deze clusters op hun beurt zijn opgebouwd uit honderden tot 
duizenden sterrenstelsels. Zo’n cluster kan een diameter hebben van wel enkele tientallen miljoenen 
tot honderden miljoenen lichtjaren. 

De topologie van deze grote-schaalstructuur van het heelal, kan vergeleken worden met die van een 
zeepsop: de materie van het heelal bevindt zich in de dunne ‘vlakke’ gebieden, die de betrekkelijk 
‘lege’ superholtes omsluiten. Op de grenzen van de vlakken bevinden zich de filamenten, uitgerekte 
slierten van sterrenstelsels en op de kruispunten van de filamenten vinden we de clusters. Een andere 
analogie is die van de spons, waar ook de ‘lege’ gebieden met elkaar zijn verbonden. 

Plaats van de aarde in de kosmos 
De plaats van de Aarde in de kosmos is niet langer aan geocentrisme of heliocentrisme onderhevig 
zoals ten tijde van Copernicus en Galilei en kan zodoende ondertussen redelijk goed gesitueerd worden. 
Zo maakt de aarde deel uit van: 

Het zonnestelsel. 
De Aarde bevindt zich dicht bij het centrum van het zonnestelsel, op ongeveer 150 miljoen kilometer 
ofwel 8 lichtminuten van een gele dwerg die bekendstaat als de zon. De Aarde draait rond deze gele 
dwerg met een gemiddelde snelheid van 30 km/s. De omwenteling is voltooid na één jaar. De Aarde 
bevindt zich op ongeveer 15 à 20 miljard kilometer ofwel 14 à 18 lichtuur van de grens van het 
zonnestelsel, ook genaamd de heliopauze waar de interstellaire ruimte begint.
 
De Lokale bel. 
Ons zonnestelsel bevindt zich in de Lokale Bel, een opening in het interstellaire gas met een dichtheid 
van slechts 1/10 van de omgeving, veroorzaakt door miljoenen jaar oude explosies van supernova’s 
die gas en stof in de buurt wegbliezen. De lokale bel heeft een diameter van 600 tot 800 lichtjaar en 
de Zon ligt op ongeveer 90 lichtjaar van de rand ervan. 

De Melkweg. 
Het zonnestelsel bevindt zich op ongeveer 30.000 lichtjaren van het centrum van de Melkweg, aan de 
rand van een van zijn spiraalarmen, met name de Orion-arm. De dichtstbijzijnde buur van ons 
zonnestelsel is de ster Proxima Centauri op een afstand van 4,2 lichtjaar. Het zonnestelsel draait 
rond het centrum van de Melkweg met een snelheid van 782 460 kilometer per uur (dat is gemiddeld 
217,35 km/s). De omwenteling is voltooid na 226 miljoen jaar. De Melkweg is ongeveer 100.000 lichtjaar 
in doorsnee. 

De Melkweg en zijn satellietsysteem. 
Rond de melkweg draaien veertien dwergstelsels, waarvan de meest bekende de zogenaamde 
Magelhaense wolken. Andere satellietsterrenstelsels zijn genoemd naar het sterrenbeeld waarin ze 
worden waargenomen, onder andere de Ursa Majordwerg, Fornax, Draco, Ursa Minor dwerg, Leo, 
Sextans en Sagittarius. 

De Lokale groep. 
De melkweg en zijn satellieten maken deel uit van de Lokale Groep, een cluster van zo’n 30 à 40 
sterrenstelsels gespreid over een diameter van 10 miljoen lichtjaar. Binnen de lokale groep van 
sterrenstelsels in een straal van 5 miljoen lichtjaren is ons melkwegstelsel een van de drie grootste. 
Het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel is de Andromedanevel op een afstand van 2,2 miljoen lichtjaren. 
De Canes Venatici (wolk). De Lokale Groep maakt deel uit van de Canes Venaticiwolk, een cluster 
met een doormeter van 23 Mpc ofwel 75 miljoen lichtjaar.

De Lokale of Virgosupercluster. 
De Canes Venaticiwolk maakt samen met de Virgocluster en enkele andere clusters deel uit van de 
Virgosupercluster of Lokale Supercluster, die meer dan 10.000 melkwegstelsels bevat en een 
doorsnede van 77 Mpc ofwel 250 miljoen lichtjaar heeft. De Lokale Groep bevindt zich aan de rand 
van deze supercluster en beweegt zich van het centrum af, hoewel de vluchtsnelheid afneemt ten 
gevolge van de aantrekking door het centrum. De Virgosupercluster als geheel wordt versneld in de 
richting van de Grote Aantrekker, een enorme, in 1986 ontdekte onzichtbare massa op ongeveer 
250 miljoen lichtjaar afstand in het sterrenbeeld Norma. 

De Grote Muur. 
De Lokale Supercluster maakt deel uit van de Grote Muur, ontdekt in 1989, een aaneenrijging van 
talrijke superclusters, onder andere de Coma- en Hercules-superclusters. De afmetingen zijn 
gigantisch: 500 miljoen lichtjaar lang en 300 miljoen lichtjaar breed. Naast de Grote Muur zijn er 
nog andere “muren” (waaronder de Grote Muur van Sloan). De superclusters en muren vormen 
een draderig netwerk van filamenten, waartussen zich enorme superholtes bevinden. 

Sloan Digital Sky Survey 
Vanaf 2000 is het Sloan Digital Sky Survey project (SDSS) opgestart door het Astrophysical 
Research Consortium (ARC) - een samenwerkingsverband van zeven Amerikaanse 
onderzoeksinstituten - om het huidige universum in kaart te brengen en onze positie daarin. 
Het totale noordelijk halfrond van de sterrenhemel wordt door meerdere telescopen in kaart 
gebracht inclusief de deepskyobjecten. Dit gecombineerd met radiotelescopie zorgt voor nieuwe 
gegevens die vrij opvraagbaar zijn via het internet. 

Deze eerste fase, SDSS I, is afgerond in juni 2005. In vijf jaar tijd werden meer dan 200 miljoen 
hemellichamen opgespoord, en de spectra gemeten van meer dan 675.000 sterrenstelsels, 
90.000 quasars en 185.000 sterren. Voor de tweede fase, SDSS II, gepland tot juni 2008, is het 
consortium uitgebreid tot 25 internationale onderzoeksinstellingen. Het onderzoek spitst 19 
zich nu onder meer toe op de oorsprong van sterrenstelsels en quasars en het ontstaan en de 
evolutie van de melkweg. 

In juli 2008 startte SDSS III. In deze fase doet men onderzoek naar de donkere energie en de 
kosmologische parameters, de structuur, dynamica en chemische evolutie van de melkweg, 
en planetenstelsels. Deze fase is afgerond in 2014. 

Het uiteindelijke lot van het heelal 
Het uitdijen van het heelal heeft implicaties voor het uiteindelijke lot van het heelal. 
Het belangrijkste is hierbij de dichtheid van het heelal ofwel de hoeveelheid materie. De meest 
gangbare mogelijkheden zijn of de “Big Chill, Big Rip” (open heelal), “Big Crunch” (gesloten 
heelal) en het vlakke heelal. 

De “Big Chill” 
De “Big Chill” neemt aan dat de dichtheid van het heelal zo laag is dat de uitdijing oneindig zal 
doorgaan, waardoor alle sterrenstelsels steeds verder van elkaar geraken. Ook zal het heelal 
blijven afkoelen tot 0 Kelvin, doordat de warmte zich over een steeds grotere ruimte zal moeten 
verspreiden. Zoals het er nu naar uitziet zal het heelal inderdaad op deze manier evolueren, 
omdat alles erop wijst dat de hoeveelheid donkere materie veel kleiner is dan de zgn. kritische 
waarde. 

De “Big Rip” 
De “Big Rip” is een variatie op de Big Chill die veronderstelt dat de snelheid van de uitdijing 
van het heelal steeds zal toenemen, waardoor niet alleen sterrenstelsels, maar uiteindelijk ook 
sterren, moleculen en atomen uit elkaar zullen worden getrokken. Op die manier zal alle materie 
zich dusdanig verspreiden dat er niets meer van enige omvang zal bestaan. 

De “Big Crunch” 
De “Big Crunch” neemt aan dat dichtheid van het heelal hoog genoeg is om de uitdijing 
uiteindelijk, door de zwaartekracht van alle materie, te doen 20 
stoppen en dat het heelal daarna ineen zal krimpen. Het uiteindelijke lot zal dan de totale 
ineenstorting van het heelal zijn (eindkrak). 

Het vlakke heelal. 
Hierbij is de uitdijende kracht even groot als de zwaartekracht en zet het heelal net vlug genoeg 
uit om samentrekking te voorkomen. Het heelal zal dan in theorie ooit stoppen met uitdijen, 
maar oneindig ver in de toekomst. In de grafiek van de uitdijing als functie van de tijd zien we 
dan een horizontale asymptoot. 

Maar de dichtheid van het heelal kan ook worden beïnvloed door externe factoren, bijvoorbeeld 
als ons heelal wordt omgeven door een nog groter gebied met een hogere dichtheid, waar het 
uiteindelijk mee in botsing zal komen. Dit hangt nauw samen met het steeds populairder 
wordende idee van een multiversum. 
Uit een onderzoek, dat de beweging van een aantal sterrenstelsels onderzocht, blijkt dat een 
groot deel daarvan zich naar één punt beweegt. Over deze beweging is verder weinig bekend. 

NAAR HET VOLGENDE HOOFDSTUK

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.