Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

 

 

Het Energiniale leven "Het lang verborgen geheim"




4-4 De Vroege Kerk 

Vanaf de late oudheid, en vanaf het begin van de christelijke theologie was de kennis over de 
bolvorm van de Aarde wijdverbreid. Net zoals in de niet-kerkelijke wereld bleef een kleine minderheid 
strijden over de platheid van de Aarde. Er was ook wat debat over de mogelijkheid van de inwoners 
van de antipoden: mensen die voorgesteld werden als gescheiden door een onoverbrugbare 
verzengende klimaatzone waren moeilijk te vereenzelvigen met het christelijke beeld van een 
gezamenlijk ras afstammend van een echtpaar en verlost door een enkele Christus. 
Sint Augustinus (354–430) argumenteerde tegen de aanname dat de antipoden bewoond werden 
door mensen: 

Maar over de fabel dat er antipoden zijn, mensen op de andere kant van de Aarde, waar de Zon 
opgaat als zij bij ons ondergaat, dat vind ik op geen enkele grond geloofwaardig. En inderdaad, 
het is niet bevestigd dat dit ontdekt is door historische kennis, maar door wetenschappelijke 
veronderstellingen, maar omdat de Aarde opgehangen zou zijn in het hemelgewelf en dat er net 
zoveel ruimte aan de ene kant als aan de andere zou zijn: 

daarom zegt men dat de onderkant ook bewoond zou moeten zijn. Maar zij merken niet op dat, 
hoewel er aangenomen wordt of het wetenschappelijk bewezen is dat de wereld een ronde of 
bolle vorm heeft, dat daar niet uit volgt dat de andere kant van de wereld niets dan water is; 
zelfs niet, als er land zou zijn, volgt er uit dat het bewoond is. 
Omdat deze mensen van Adam moeten afstammen, zouden ze ooit naar de andere kant van de 
Aarde zijn moeten gereisd; Augustinus vervolgt: 
Het is té absurd om te zeggen dat sommige mensen met een schip de hele grote oceaan hebben 
overgestoken van deze kant van de Aarde naar de andere, en dat zo ook de bewoners van dat verre 
gebied afstammen van de eerste mens. 

Augustinus ontkent het idee van een ronde Aarde niet, maar beschrijft de Aarde expliciet als een 
bol. 
Een klein aantal christelijke schrijvers wijst een bolvormige Aarde meteen af: 
Lactantius (245–325), na zijn bekering tot het christendom en zijn afwijzing van de Griekse filosofie, 
noemde het “dwaasheid” omdat hij dacht dat mensen aan de tegenovergestelde kant van de 
wereldbol niet zouden “gehoorzamen” aan de zwaartekracht. Hij vroeg, 
Is er iemand zo dom om te geloven dat er mensen zijn van wie de voetstappen hoger zijn dan hun 
hoofden? Dat de oogst en de bomen naar beneden groeien? Dat regen, sneeuw en hagel 
bovenwaarts naar de Aarde vallen? Ik weet niet wat ik van hen moet zeggen die, als ze eens 
gedwaald hebben, vasthouden aan hun dwaasheid en de ene onzin met de andere verdedigen. 
In zijn Homilies Concerning the Statutes omhelsde Sint Johannes Chrysostomus (344–408) 
expliciet het idee, gebaseerd op zijn lezing van de

Geschriften, dat de Aarde op de wateren, die onder de hemel samenkwamen, dreef. 
Diodorus van Tarsus († 394) pleitte ook voor een platte Aarde gebaseerd op de bijbel, maar 
Diodorus’ gezichtspunt kennen we alleen uit de kritiek erop door Photios I. 
Severianus, Bisschop van Gabala (overleden 408), schreef: “De Aarde is plat en de Zon trekt 
er ‘s nachts niet onderdoor, maar trekt door het noorden alsof zij achter een muur doorgaat”.
De Egyptische monnik Kosmas Indikopleustes (547) merkte in zijn Topographia Christiana, 
waar de Ark des Verbonds het hele heelal moest voorstellen, op theologische gronden op dat 
de Aarde plat was, een parallellogram omringd door vier oceanen. Minstens één vroegchristelijke 
schrijver, Basilius de Grote (329–379), was van mening dat de zaak theologisch irrelevant was. 
Verschillende historici wezen erop dat deze advocaten van een platte Aarde ofwel invloedrijk 
waren in de latere middeleeuwen (zoals Andrew Dickson White vond) of relatief onbelangrijk 
(gesteld door Jeffrey Russell). De weinige referenties naar hun opvattingen in late middeleeuwse 
geschriften overtuigt de meeste hedendaagse historici dat hun invloed klein was. 


4-4 Middeleeuwen 


Vroege middeleeuwen 
Met het einde van de Romeinse beschaving in West-Europa begonnen de middeleeuwen met 
grote moeilijkheden die de intellectuele productie van het continent beďnvloedden. De meeste 
wetenschappelijke verhandelingen uit de klassieke oudheid (in het Grieks) waren niet meer 
beschikbaar, en er bleven slechts eenvoudigere samenvattingen en compilaties over. Maar 
toch ondersteunden de leidende boeken uit de vroege middeleeuwen de bolvorm van de Aarde. 
Veel vroege middeleeuwse manuscripten van Macrobius bevatten kaarten van de Aarde, met 
inbegrip van de antipoden, zonal maps die de clima van Ptolemaeus lieten zien, afgeleid van 
het concept van een bolvormige Aarde en een diagram dat de Aarde (beschreven als globus 
terrae, de bolvorm van de Aarde) laat zien in het centrum van de hiërarchisch geordende 
planeetbollen. Beelden van sommige van deze kenmerken kunnen gevonden worden in de 

Somnium Scipionis. 
De perceptie in Europa van de vorm van de Aarde in de late oudheid en de vroege middeleeuwen 
kan het beste worden uitgedrukt door middel van de geschriften van vroege christelijke geleerden: 
Boëthius (c. 480 – 524), die ook de theologische verhandeling Over de Drieëenheid schreef, 
herhaalde het Macrobische model van de Aarde als onbelangrijk punt centraal in een bol heelal in 
zijn invloedrijke, en veel vertaalde De consolatione philosophiae. 

Bisschop Isidorus van Sevilla (560 – 636) doceerde in zijn breedgelezen encyclopedie, de Etymologiae, 
dat de Aarde “rond” was. Zijn betekenis was ambigu, en sommige schrijvers denken dat hij en 
Aarde bedoelde als een ronde schijf; zijn andere geschriften maken echter duidelijk dat hij de Aarde 
als bolvormig beschouwde. Hij erkende ook de mogelijkheid dat er mensen woonden als antipoden, 
maar hem leken het legendes en merkte op dat er geen bewijs was voor hun bestaan. Isidorus schijf-
gevormde analogie bleef door de middeleeuwen gebruikt worden door schrijvers die duidelijk een 
voorkeur hadden voor een bolvormige Aarde, bijvoorbeeld de 9e-eeuwse bisschop Rabanus Maurus 
die het bewoonde deel van het noordelijk halfrond (Aristoteles’ noordelijke gematigde klimaatzone) met 
een wiel vergeleek, voorgesteld als een plak van de hele bol. 

De monnik Beda Venerabilis (circa 672 – 735) schreef in zijn invloedrijke verhandeling over computus, 
De Tijdrekening, dat de Aarde rond was, en verklaarde de ongelijke lengte van de dag uit “de rondheid 
van de Aarde, waarom het niet zonder reden ‘de kring van de Aarde’ wordt genoemd in 86 
de Heilige Schrift en in gewone geschriften. Hij is feitelijk, als een bol in het midden van het universum 
geplaatst.” (De temporum ratione, 32). Het grote aantal overgeleverde manuscripten van De Tijdrekening, 
gekopieerd om aan de Karolingische eis te voldoen dat alle priesters computus (tijdrekenkunde) moesten 
bestuderen, geven aan dat veel, zo niet de meeste, priesters aan het idee van de bolheid van de Aarde 
werden blootgesteld. Ćlfric van Eynsham, parafraseerde Beda in Oudengels: “De rondheid van de Aarde 
en de omloop van de Zon zijn het obstakel voor een even lange dag in elk land.”[31] 
Virgilius van Salzburg (c.700 – 784), wordt soms verhaald, zou vervolgd zou zijn voor het onderwijzen van 
“een verdorven en zondige leer... tegen God en zijn eigen ziel” aangaande de bolvorm van de Aarde. 
Paus Zacharias besloot dat “als het duidelijk zal worden vastgesteld dat hij gelooft dat er een andere 
wereld en andere mensen bestaan onder deze Aarde, of in [een andere] Zon en Maan daar, zult Gij een 
raad houden, en hem zijn heilige rang ontnemen, en hem uit de kerk stoten.” De zaak waar het om ging 
was niet de bolvorm van de Aarde zelf, maar of de antipoden wel of niet van Adam afstamden en daarom 
verlost moesten worden. Vergilius slaagde erin zichzelf vrij te pleiten; hij werd later bisschop en werd heilig 
verklaard in de dertiende eeuw. 

Een niet-literaire maar grafische aanwijzing dat mensen in de middeleeuwen geloofden dat de Aarde 
een bol was, is het gebruik van de orb (Rijksappel) in de regalia van veel koninkrijken en van het Heilige 
Roomse Rijk. Het wordt bevestigd vanaf de tijd van de Christelijke laat-Romeinse Keizer Theodosius II 
(423) tot in de middeleeuwen; de Reichsapfel werd in 1191 bij de kroning van keizer Hendrik VI gebruikt. 
Een recente studie van middeleeuwse concepten over de bolvorm van de Aarde merkt op dat “sinds de 
8e eeuw geen cosmograaf van betekenis de bolvorm van de Aarde in twijfel heeft getrokken. Natuurlijk 
waren het niet de weinige aangehaalde intellectuelen die de publieke opinie bepaalden. Het is moeilijk 
vast te stellen wat de bredere bevolking over de vorm van de Aarde heeft gedacht – als ze er al over 
nadachten.
 

NAAR HET VOLGENDE HOOFDSTUK
 

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.