Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

 

 

Het Energiniale leven "Het lang verborgen geheim"


 
3-19 Rampen en gevaren 

Grote delen van de Aarde hebben regelmatig te maken met natuurrampen zoals cyclonen, tornadoís, 
orkanen en overstromingen. Andere gebieden hebben te maken met aardbevingen, 
aardverschuivingen, vulkaanuitbarstingen, tsunamiís en droogte. 

Sommige gebieden worden bedreigd door gevaren met een menselijke oorzaak. Bevolkingsgroei 
en economische groei gaan soms gepaard met vervuiling van water en lucht. Industrie en intensieve 
landbouw en veeteelt kunnen zorgen voor vervuiling in de vorm van bodem-, lucht- of 
waterverontreiniging, zure regen, overbegrazing, erosie, ontbossing en verwoestijning. De mens 
neemt, gedreven door onder andere de bevolkingsgroei, steeds meer land in gebruik, wat gepaard 
gaat met het verlies van habitat en mogelijk als gevolg daarvan het uitsterven van in het wild levende 
soorten.

Er bestaat wetenschappelijke consensus dat de mens (mede)verantwoordelijk is voor het warmer 
worden van het wereldwijde klimaat. Dit komt door de grootschalige verbranding van fossiele 
brandstoffen, waarbij kooldioxide vrijkomt in de atmosfeer, wat het broeikaseffect versterkt. 
Een warmer klimaat zal waarschijnlijk gepaard gaan met het smelten van gletsjers en ijskappen, 
extremere temperatuurschommelingen en het stijgen van het eustatisch zeeniveau. 
Tegelijkertijd is er een milieubeweging op gang gekomen die tot doel heeft de menselijke 
consumptie van natuurlijke hulpbronnen te verminderen en vervuiling tegen te gaan. 
De milieubeweging probeert door de bewustmaking van het publiek de politiek te beÔnvloeden 
met als doel duurzamer beleid en bescherming van de natuur. Doordat de veranderingen die de 
milieubeweging voor ogen staan, vaak in conflict zijn met commerciŽle belangen, zijn deze 
veranderingen echter dikwijls kostbaar. 


3-20 Ontstaan en ontwikkeling 

De planetoÔde Ida. De meeste planetoÔden worden verondersteld planetesimalen te zijn die nooit 
tot echte planeten zijn geaccretiseerd. In het begin van haar bestaan moet de Aarde bloot hebben 
gestaan aan vele inslagen van soortgelijke objecten. 

Vorming 
De meest aanvaarde hypothese over het ontstaan van het zonnestelsel is op dit moment de 
Zonnenevel-hypothese. Volgens deze hypothese vormde het Zonnestelsel zich uit een 
samentrekkende interstellaire moleculaire wolk, de Zonnenevel. Tijdens de samentrekking platte 
de wolk af tot een planetaire schijf. In deze schijf ontstonden de Zon en de planeten door accretie 
van materie. Het grootste deel van de materie kwam terecht in het centrum en vormde de Zon. 
Ander gas en stof vormde planetesimalen (protoplaneten), die later uitgroeiden tot planeten, 
waaronder de Aarde. Kleine objecten als meteorieten worden beschouwd als materie die niet 
in dit proces is geaccretiseerd. Door meteorieten te dateren heeft men de ouderdom van het 
Zonnestelsel en daarmee de Aarde bepaald: ongeveer 4,56 miljard jaar. 


3-21 Geschiedenis 

Zware elementen zoals ijzer en nikkel zonken al tijdens de accretie van de Aarde naar het 
middelpunt, waardoor een scheiding ontstond tussen kern en mantel. Een andere belangrijke 
gebeurtenis in de beginfase was het ontstaan van de Maan (die iets jonger blijkt te zijn dan de 
Aarde). De meest waarschijnlijke verklaring is een grote inslag, waarbij een kleinere 
planetesimaal (iets kleiner dan de planeet Mars) op de Aarde insloeg. Het bij deze inslag 
weggeslingerde materiaal kwam in een baan om de Aarde terecht om daar te accretiseren 
tot de Maan. Door de enorme hoeveelheid energie die bij de inslag vrijkwam, raakte de 
aardmantel compleet gesmolten. In de loop der tijd stolde hij en kon zich door differentiatie van 
materiaal binnenin de Aarde de eerste korst vormen. Uit berekeningen blijkt dat als de Aarde 
voor de inslag een atmosfeer had, deze tijdens de inslag in zijn geheel verdween. De atmosfeer 
en de oceanen moeten daarom ontstaan zijn uit later materiaal van inslaande kometen en 
meteorieten en uit gassen en vloeistoffen die bij vulkanisme vrijkwamen. Deze eerste atmosfeer 
bevatte meer koolstofdioxide dan tegenwoordig en zuurstof was schaars. 

Het eerste leven moet ontstaan zijn uit zelfreproducerende moleculen in de oceanen, volgens 
sommige interpretaties al rond 3,8 miljard jaar geleden. Uit simpele organische stoffen 
ontstonden materialen als aminozuren en nucleotiden, die later uitgroeiden tot eiwitten en RNA, 
de bouwstoffen voor het leven. Rond 3,4 miljard jaar geleden moet de laatste 
gemeenschappelijke voorouder van al het leven hebben geleefd. 

Fossiel van een Tarbosaurus. De bestudering en relatieve datering van fossielen heeft geleid 
tot inzicht omtrent het verloop van de evolutie in de loop van de aardse geschiedenis.

Men vermoedt dat een vorm van platentektoniek al in het begin moet hebben plaatsgevonden, 
hoewel het proces in het begin waarschijnlijk sneller verliep, waardoor de continenten kleiner 
bleven. Geleidelijk ontwikkelde het proces zich tot de huidige vorm. In de loop van de Aardse 
geschiedenis komen perioden voor waarin vrijwel alle continenten bij elkaar liggen; dan spreekt 
men van een zogenaamd supercontinent. De laatste keer dat dit gebeurde was rond 300 miljoen 
jaar geleden; men noemt dit supercontinent Pangea. 

Over de eerste paar miljard jaar van de Aardse geschiedenis is relatief weinig bekend, doordat 
fossielen van organismen die uitsluitend uit zacht weefsel bestaan, slecht bewaard blijven. Wat 
duidelijk is, is dat het leven steeds diverser werd en dat rond 2,3 miljard jaar geleden de eerste 
autotrofe organismen verschenen, organismen die door fotosynthese zuurstof produceren. 
De toevoeging van zuurstof aan de atmosfeer had tot gevolg dat er een ozonlaag ontstond en het 
leven voortaan beter beschermd werd tegen schadelijke straling. Daardoor konden grotere 
organismen dan bacteriŽn ontstaan die niettemin nog steeds tot de micro-organismen gerekend 
worden, zoals eukaryotische cellen en meercellige organismen. 
Volgens een vrij algemeen aanvaarde theorie bevond de Aarde zich ongeveer 700 miljoen jaar 
geleden in een grote ijstijd, waarbij de planeet van de polen tot de evenaar bevroren was, een 
theorie die bekendstaat als die van de sneeuwbalaarde. Toen het klimaat warmer werd, begon 
het leven zich zeer snel te ontwikkelen. Tijdens de Cambrische explosie rond 535 miljoen jaar 
geleden versnelde de ontwikkeling van het leven zich, waardoor in relatief korte tijd veel nieuwe 
groepen organismen (dieren, planten, enzovoort) verschenen. 

Sindsdien heeft de evolutie steeds nieuwe en ingewikkeldere soorten leven voortgebracht, een 
ontwikkeling die soms onderbroken werd door korte periodes van massaal uitsterven, die massa-
extincties worden genoemd. Rond 500 miljoen jaar geleden verschenen de eerste planten en insec-
ten op het land (bacteriŽn en schimmels moeten het land al veel eerder gekoloniseerd hebben) en 
rond 380 miljoen jaar geleden ontwikkelden in ondiep water levende vissen poten, waarmee ze uit 
het water konden kruipen. Hieruit kwamen de amfibieŽn voort, die longen hadden in plaats van 
kieuwen. Uit de amfibieŽn ontstonden reptielen en later zoogdieren. De dinosauriŽrs (reptielen) 
domineerden gedurende een paar honderd miljoen jaar de Aarde maar stierven tijdens de laatste 
grote massa-extinctie van ongeveer 65 miljoen jaar geleden samen met vele andere levensvormen 
uit, waarschijnlijk als gevolg van de zogeheten Yucatan-inslag die tevens de Krijt-Paleogeengrens 
markeert. 

Vanaf dat moment hebben de zoogdieren zich sterk ontwikkeld. Rond 2 miljoen jaar geleden 
verscheen de mens. Aangenomen wordt dat mensen uit eerder levende primaten zijn geŽvolueerd. 
De huidige ijstijd begon rond 40 miljoen jaar geleden en versterkte zich rond 2,5 miljoen jaar geleden. 
De poolkappen zijn sindsdien in cycli van 40 000 of 100 000 jaar aangegroeid en weer afgesmolten. 
De laatste koudere periode (glaciaal) eindigde ongeveer 10 000 jaar geleden. Door de ontwikkeling 
van de spraak, de ontdekking van de landbouw en het temmen van dieren kon de mens zich snel 
over de wereld verspreiden en na het ontstaan van beschavingen binnen korte tijd een grote invloed 
op de biosfeer, de hydrosfeer, de atmosfeer en het landgebruik en de indeling van het aardoppervlak 
krijgen.




NAAR HET VOLGENDE HOOFDSTUK
 

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.