Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

 

 

Het Energiniale leven "Het lang verborgen geheim"


 
3-8 Interne opbouw en platentektoniek 

Net als andere planeten is de Aarde opgebouwd uit chemische en fysische lagen. De buitenste laag 
is een lichte, relatief rigide korst van silicaten, die een wisselende dikte heeft. Onder de continenten 
ligt continentale korst met een dikte van gemiddeld ongeveer 35 km en een dichtheid van 2,2 tot 
2,9 g/cm3. Onder de oceanen ligt oceanische korst, die gemiddeld ongeveer 8 km dik is en een 
dichtheid heeft van 3,3 g/cm3. De aardkorst bestaat voor 95% uit stollingsgesteente en voor 5% 
uit sedimentair gesteente. Desondanks bedekt het laatste ongeveer 75% van het aardoppervlak. 
Het bevindt zich vooral in bekkens in de hogere delen van de korst. Continentale korst bestaat 
vooral uit stollingsgesteente met een lage dichtheid, zoals andesiet of graniet, terwijl de oceanische 
korst vooral uit gabbro en basalt bestaat. De derde soort gesteente is metamorf gesteente, dat 
wordt gevormd uit de andere twee door de groei van nieuwe mineralen in de diepere delen van de 
korst.

Tussen de kern van de Aarde en de korst ligt de mantel, die hoofdzakelijk is samengesteld uit ijzer-
en magnesiumrijke silicaten en oxiden. De dichtheid is hoger dan die van de korst en neemt toe 
met de diepte, gemiddeld 3,5 tot 5 g/cm3. De mantel is dankzij de hoge druk binnenin de Aarde 
plastisch. Dit betekent dat materiaal in de mantel kan stromen. Dicht tegen de kern is de mantel als 
gevolg van de grote druk rigide, maar naar buiten toe wordt de mantel steeds minder viskeus 
(“zachter”). De dikte van de mantel bedraagt 2800 tot 2900 km. Afhankelijk van de viscositeit zijn er 
een onder- en een bovenmantel te onderscheiden met daartussen een brede overgangszone. 
De aardkern heeft een dichtheid van 10 tot 13 g/cm3 en bestaat uit ijzer en nikkel, met sporen van 
andere elementen. Ze wordt in een vaste binnenkern en een vloeibare buitenkern opgedeeld. 
De binnenkern heeft een diameter van ruim 2500 km en is, ondanks de temperatuur van ruim 
5000 K, door de enorme druk vast. Daaromheen bevindt zich de buitenkern met een dikte van 
2200 km, waar een temperatuur van 4500 K heerst. Convectiestromingen in de buitenkern zorgen 
voor de opwekking van het magnetisch veld van de Aarde. 

De buitenste laag van de vaste Aarde is rigide en wordt de lithosfeer genoemd. Ze bestaat uit de 
aardkorst en een deel van de mantel. Onder de lithosfeer ligt de asthenosfeer; vanwege de hoge 
temperatuur en relatief lage druk is dit het meest viskeuze deel van de mantel. De lithosfeer is 
volgens de theorie van de platentektoniek verdeeld in onafhankelijk van elkaar bewegende 
tektonische platen, die over de “zachte” asthenosfeer kunnen bewegen en er in feite op “drijven”. 
Ten opzichte van elkaar bewegen de platen zich met snelheden van hooguit enkele cm per jaar. 
Tussen platen kunnen convergente (naar elkaar toe bewegende), divergente (van elkaar af 
bewegende) en transforme (langs elkaar bewegende) plaatgrenzen bestaan. De beweging zorgt 
voor vulkanisme, de vorming van oceanische troggen, gebergtevorming en aardbevingen langs 
de plaatgrenzen.

Bij divergente plaatgrenzen wordt door opwaartse stroming van heet materiaal in de mantel 
nieuwe oceanische lithosfeer gevormd. Bij convergente plaatgrenzen schuift de ene plaat onder 
de andere, door een proces dat subductie genoemd wordt. Alleen oceanische lithosfeer 
subduceert in grote hoeveelheden, continentale lithosfeer is daarvoor te dik en te licht. 
Dit zorgt ervoor dat de oceanische lithosfeer voortdurend gerecycled wordt, zodat de meeste 
oceanische lithosfeer niet ouder is dan 100 miljoen jaar (op geologische tijdschaal gezien relatief 
jong). 


3-9 Samenstelling 

De massa van de Aarde bedraagt 5,97×1024 kg. In massapercentages bestaat de Aarde uit 
32,1% ijzer, 30,1% zuurstof, 15,1% silicium, 13,9% magnesium, 2,9% zwavel, 1,8% nikkel, 
1,5% calcium, 1,4% aluminium en 1,2% andere elementen. Door massasegregatie tijdens 
planetaire differentiatie bestaat de aardkern voornamelijk uit ijzer (88,8%), met kleinere 
hoeveelheden nikkel (5,8%) en zwavel (4,5%) en minder dan 1% andere elementen. 
Meer dan 47% van de aardkorst bestaat uit zuurstof, zodat de meeste elementen in de vorm 
van oxiden voorkomen, uitgezonderd chloor, zwavel en fluor (elementen die in gesteente 
meestal minder dan 1% van de massa vormen). De samenstelling van de Aarde wordt daarom 
normaal gesproken in oxiden uitgedrukt. Een belangrijke oxide is silica (SiO2), dat als een zuur 
functioneert en silicaten vormt. De meeste gesteentevormende mineralen zijn silicaten. 
Ongeveer 99,22% van de gesteenten die de aardkorst vormen, zijn opgebouwd uit elf oxiden. 
Andere chemische verbindingen komen slechts in heel kleine hoeveelheden voor. 


3-10 Magnetisch veld 

De vorm van de magnetosfeer in de ruimte wordt bepaald door het aardmagnetisch veld en de 
zonnewind.

Het aardmagnetisch veld heeft bij benadering de vorm van een dipoolveld, waarvan de polen op 
dit moment in de buurt van de geografische polen liggen. Volgens de dynamotheorie wordt het 
veld opgewekt door convectiestroming in de uit vloeibare metalen bestaande buitenkern van de 
Aarde. Door de beweging van deze conductieve massa’s worden elektrische stromen opgewekt, 
die op hun beurt het magnetische veld veroorzaken. Convectiestroming in de buitenkern is 
chaotisch van aard, en dit heeft in de loop van de geschiedenis van de Aarde voor diverse 
omkeringen van het aardmagnetisch veld gezorgd. De omkeringen vinden met onregelmatige 
tussenpozen plaats; de laatste omkering was ongeveer 700 000 jaar geleden. 

Het veld buigt geladen deeltjes uit de zonnewind en kosmische straling af. Het deel van de 
atmosfeer waar dit gebeurt, heet de magnetosfeer. De buitenkant van de magnetosfeer 
(de zogenaamde bow shock) bevindt zich aan de naar de Zon gerichte zijde van de Aarde op 
een afstand van ongeveer dertien maal de aardstraal van de Aarde. De botsing tussen het 
aardmagnetisch veld en de zonnewind vormt de Van Allen-gordels, een paar concentrische 
ringen om de Aarde waar geladen deeltjes voorkomen. Waar de magnetische polen liggen, 
kan dit plasma de lagere delen van de atmosfeer bereiken en voor het poollicht zorgen. 


3-11 Oppervlakte 

Van het aardoppervlak is ongeveer 70,8% bedekt met water. Dit zijn niet alleen de oceanen maar 
ook de onder water staande gedeelten van de continenten, die het continentaal plat genoemd 
worden, en binnenzeeën. De resterende 29,2% van het aardoppervlak is landmassa, waarvan 
het grootste deel op het noordelijk halfrond ligt. Het land is verdeeld over continenten of eilanden 
en bestaat uit gebergten, plateaus of vlaktes. Andere vormen van reliëf (landvormen), zoals dalen, 
kloven, kliffen, duinen, spoelvlaktes, rivierdelta’s, kusten of kustvlaktes, worden veroorzaakt door 
de werking van erosie en sedimentatie. Ook de oceaanbodem vertoont reliëf, zoals een 
wereldomvattend stelsel van mid-oceanische ruggen, oceanische troggen,submariene canyons, 
oceanische plateaus en abyssale vlakten. Tektoniek en vulkanisme (meestal aangedreven door 
de platentektoniek) zorgen voor de creatie van nieuw reliëf, terwijl erosie en verwering dit weer 
afbreken. Verwering kan worden veroorzaakt door de werking van water (in de vorm van 
neerslag of grondwater), wind, of temperatuurschommelingen. Andere invloeden op het 
reliëf zijn de biosfeer (bijvoorbeeld door de opbouw van koraalriffen of het tegenhouden van 
erosie door plantenwortels), meteorietinslagen en de erosieve werking van gletsjers. Op dit 
moment in de Aardse geschiedenis is het hoogste punt op Aarde de Mount Everest (8850 m 
boven zeeniveau) en het laagste punt de Marianentrog (10 925 m onder zeeniveau). De 
gemiddelde hoogte van het land boven zeeniveau is 840 m; de gemiddelde diepte van de 
oceaanbodem onder zeeniveau is met 3794 m meer dan viermaal zo groot. 

De buitenste laag van de vaste Aarde, waar bodemvormende processen heersen, wordt 
pedosfeer genoemd en bestaat uit bodems. Dit is de plek waar de lithosfeer, hydrosfeer, 
biosfeer en atmosfeer samenkomen en elkaar onderling beďnvloeden. Planten kunnen alleen 
groeien op plekken waar bodems gevormd zijn, en vormen op die plekken een bedekking van 
het oppervlak, die vegetatie genoemd wordt. Gebieden met natuurlijke vegetatie bestaan uit 
landschappen als bossen, moerassen, oerwouden, toendra’s, steppes of savannes. 
In woestijnen is de natuurlijke vegetatie vrijwel afwezig. Ongeveer 13,31% van het 
aardoppervlak is geschikt als cultuurgrond, 4,71% wordt daadwerkelijk gebruikt voor 
permanente landbouw. 




NAAR HET VOLGENDE HOOFDSTUK
 

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.