Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

 

 

Het Energiniale leven "Het lang verborgen geheim"


 
3-4 Maan 

De Aarde bezit een natuurlijke satelliet, de Maan. De diameter van de Maan bedraagt ongeveer een 
kwart van die van de Aarde. Er bestaat in het Zonnestelsel geen andere planeet met een naar 
verhouding zo grote satelliet. De Maan is net als de Aarde een terrestrisch lichaam dat voornamelijk 
uit silicaten bestaat. In tegenstelling tot de Aarde bezit de Maan echter geen atmosfeer. 

De Aarde gezien vanaf de Maan 

Hoewel de diameter van de Zon ongeveer 400 keer zo groot is als die van de Maan, hebben Zon en 
Maan vanaf de Aarde gezien toch ongeveer dezelfde schijnbare diameter aan de hemel. Dit komt 
doordat de Zon zich ook ongeveer 400 keer zo ver bevindt van de Aarde als de Maan. Er kunnen
daarom op Aarde zowel gedeeltelijke zonsverduisteringen voorkomen als totale, die net dekkend zijn. 
De Aarde en de Maan draaien om een gemeenschappelijk zwaartepunt in 27,32 siderische dagen. 
Vanuit de Zon gezien, duurt die omloop van de Maan nog iets langer: de periode tussen twee volle 
manen (een synodische maand) bedraagt 29,53 dagen. Het vlak van de Maanbaan helt onder een 
hoek van 5░ met de ecliptica. Zonder deze hoek zou er elke twee weken een zons- of 
maansverduistering te zien zijn. 

De aantrekkingskracht van de Maan zorgt voor getijden op Aarde. De aantrekkingskracht van de 
Aarde op de Maan heeft ervoor gezorgd dat de Maan een gebonden rotatie vertoont: de omlooptijd 
en rotatieduur van de Maan zijn even lang. Als gevolg daarvan is vanaf Aarde altijd dezelfde kant 
van de Maan te zien. Tijdens haar omloop rond de Aarde vertoont de Maan schijngestalten, doordat 
ze zich telkens in een andere positie ten opzichte van de Zon bevindt. 

De getijdenversnelling zorgt ervoor dat de Maan versneld raakt in haar omloopbaan en langzaam in 
een steeds ruimere baan om de Aarde terechtkomt. Als gevolg daarvan beweegt ze zich met een 
snelheid van 38 millimeter per jaar van de Aarde af. Tegelijkertijd wordt ook de rotatie van de Aarde 
om haar eigen as afgeremd, waardoor een siderische dag op Aarde elk jaar 23 ?s langer duurt. In 
het Devoon (410 miljoen jaar geleden) stond de Maan nog dichterbij en duurde een siderische dag 
op Aarde slechts 21 uur, waardoor er ongeveer 400 dagen in een jaar vielen. 

De getijdenwerking van de Maan stabiliseert de stand van de aardas. Sommige geleerden denken dat 
de aardas zonder deze stabiliserende werking van de Maan bloot zou staan aan chaotische 
veranderingen, die het aardse klimaat veel veranderlijker en extremer zouden maken. Als de aardas 
zich in het baanvlak van de Aarde bevond, zoals tegenwoordig het geval is bij 56 
de planeet Uranus, dan zou complex leven waarschijnlijk onmogelijk zijn vanwege de extreme verschillen 
tussen de seizoenen. 

Behalve een natuurlijke satelliet bezit de Aarde enkele kleine quasisatellieten. De grootste daarvan, 
de 3,3 km grote planeto´de 3753 Cruithne, werd in 1986 ontdekt. Aan het begin van de 21e eeuw zijn 
nog meer objecten met soortgelijke banen ontdekt. Die zijn niet groter dan honderd meter in doorsnede. 


3-5 Cyclische veranderingen 

De aardas ondergaat een langzame, cyclische beweging ten opzichte van de Zon, die precessie wordt 
genoemd, en zich elke 25.800 jaar herhaalt. De precessie zorgt voor het verschil tussen een tropisch 
jaar en een siderisch jaar. Daarnaast varieert de stand van de aardas ook een klein beetje, met een 
periode van 18,6 jaar, een beweging die de nutatie genoemd wordt. Ook de positie van de polen op 
het aardoppervlak verandert, met maximaal een paar meter per jaar. Deze poolbeweging heeft 
verschillende cyclische componenten, die samen de quasiperiodische beweging worden genoemd. 
Zelfs de rotatiesnelheid van de Aarde varieert licht, waardoor niet alle dagen precies even lang zijn. 
De helling van de aardas varieert met een periode van 41 000 jaar. Ook de excentriciteit van de 
aardbaan verandert in de loop der tijd. Er zijn grofweg twee belangrijke cyclische perioden waarmee 
deze veranderingen plaatsvinden; de langste periode duurt 413 000 jaar, de kortere ongeveer 
100 000 jaar. 

Cyclische veranderingen van de baan en rotatie van de Aarde en de stand van de aardas worden 
voornamelijk veroorzaakt door variaties in de aantrekkingskracht van de Zon en Maan en worden 
wel Milankovi?-cycli genoemd. Deze cycli zorgen op het aardoppervlak voor langzame veranderingen 
in de hoeveelheid en distributie van inkomende zonne-energie. Algemeen 57 
wordt daarom verondersteld dat ze de oorzaak van (vaak zich cyclisch herhalende) 
klimaatveranderingen zijn geweest in het verleden, zoals de zogenaamde glacialen (ijstijden) van de 
afgelopen 2,5 miljoen jaar, koude perioden waarin het landijs aangroeide. 


3-6 Fysische eigenschappen 

De Aarde is een terrestrische planeet, dat wil zeggen dat ze bestaat uit gesteente in plaats van gassen, 
zoals een gasreus als Jupiter. De Aarde is in diameter, massa, gemiddelde dichtheid, zwaartekracht 
en sterkte van haar magnetisch veld de grootste van de vier terrestrische planeten in het zonnestelsel. 
Afwijkingen van de gemiddelde zwaartekracht in de Zuidelijke Oceaan in valse kleuren. De grootte van 
de afwijkingen loopt van ?30 mGal (magenta) tot +30 mGal (rood). Het beeld is aangepast om de 
variatie van de zwaartekracht met de breedtegraad - door de afplatting van de aarde aan de polen - 
weg te halen. 


3-7 Vorm en zwaartekracht 

De Aarde is bijna bolvormig, maar heeft een geringe afplatting aan de polen (de diameter is van pool 
tot pool ongeveer 43 kilometer kleiner dan door de evenaar). De vorm is eerder een sfero´de met een 
uitdijing bij de evenaar dan een bol, maar de precieze vorm (de zogenaamde geo´de) wijkt ook nog 
eens maximaal 100 meter van een perfecte sfero´de af. Om de geo´de in berekeningen te benaderen 
worden referentie-ellipso´des gebruikt. De gemiddelde diameter van een referentie-ellipso´de is 
12 742 km. 
Dat de Aarde min of meer bolvormig is, werd eeuwen voor onze jaartelling al vermoed, onder anderen 
door Pythagoras en Aristoteles, en bewezen door Eratosthenes (276-194 v.Chr.). Dit was ook onder 
middeleeuwse geleerden bekend. Bij maansverduisteringen is de schaduw van de Aarde op de Maan 
altijd cirkelvormig, ook als de Maan dicht bij de horizon staat. Hieruit kan men afleiden dat de Aarde 
rond moet zijn. 
De sterkte van het zwaartekrachtsveld van de Aarde varieert aan het oppervlak. Door de draaiing en de 
afplatting van de Aarde is de valversnelling iets groter aan de polen (g = 9,83 m/s▓) dan aan de evenaar 
(g = 9,78 m/ s▓). Men heeft als standaardwaarde 9,80665 m/s▓ gekozen. Deze grootheid wordt aangeduid 
als gn, ge (hoewel dit soms de waarde aan de evenaar aanduidt), g0 of kortweg g. 
Schematische opbouw van de Aarde. 
Doorsnede van de aardkorst: 
1 - continentale lithosfeer 
2 - oceanische lithosfeer met oceaan erboven 
3 - asthenosfeer. 



NAAR HET VOLGENDE HOOFDSTUK
 

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.