Banner world

 

 

     HOME 
  



     Books Web


     Books Printed  


     Health 


     Presentations


     Soul Drawings


     Video lectures 
     English


     Video lezingen 
     Dutch


     Positive Blog


     Curriculum writer


     Contact




     Side Index









Web design 
John Baselmans
 

Spatie

 

 
You can change this website in over 66 languages

 


 

Dimensies

Het Energiniale leven "Hologram"




Hologram - Hoofdstuk 1

1-9 Wat de geleerden zeggen over Goden

God 
Een god of godheid (geslachtsneutraal; cfr. vrouwelijk godin) is een hypothetisch 
bovennatuurlijke entiteit die door gelovigen als machtig, bovenmenselijk wezen wordt 
aanbeden en verantwoordelijk wordt geacht voor bepaalde aspecten van de 
werkelijkheid, dan wel voor de werkelijkheid als geheel.[bron?] Goden kunnen geacht 
worden te leven op aarde, met name in de natuur, alsook in de hemel of nog in het 
onderaardse of de onderwereld. Het geloof in goden is algemeen verbreid, maar 
godsdiensten (waarmee vaak ÚÚn of meer culturen verbonden zijn) verschillen in het 
aantal goden dat wordt aangenomen, de betekenis die zij eraan geven, en hun houding 
ten opzichte van eigen en andere god(en). De monothe´stische religies, zoals jodendom, 
christendom en islam, erkennen in principe slechts ÚÚn god. In polythe´stische religies, 
zoals de Noordse of Germaanse mythologie en het hindoe´sme, zijn er vele (klassen 
van) goden (in India ook wel deva's genoemd, en in West- en Noordwest-Europa Asen, 
Alven en Wanen). Vaak worden zulke goden verbonden door een mythologische 
genealogie. Het hindoe´sme is echter een voorbeeld waar goden als incarnaties van 
elkaar gelden, zodat in feite een veelgodenverering gecombineerd kan worden met 
ÚÚn universeel goddelijk principe dat zich in allen manifesteert. De empirische 
wetenschap houdt doorgaans zich niet bezig met de vraag naar het bestaan van 
goden, omdat metafysica buiten haar domein valt en het daarom niet-overlappende 
magisteria (NOMA) zouden zijn;[1] in de filosofie en de theologie wordt hierover wel 
gedebatteerd.

Een god van de gaten is een godsconcept dat slechts wordt toegepast ter verklaring 
van (nog) niet verklaarde verschijnselen. In dit verband wordt wel gesproken van een 
(niet-menselijke) intelligente ontwerper.

Etymologie
In etymologisch opzicht zijn het woord god en zijn cognaten in andere talen (in 
geschreven vorm identiek aan het Engels, Gott in het Duits enz. in andere 
Germaanse talen) naar alle waarschijnlijkheid terug te voeren op een Indo-Europese 
wortel *ghu-tˇ (= het aangeroepene). Ook wordt het wel in verband gebracht met een 
werkwoord dat gieten of offeren betekende.

Er is een parallel met het Oud-Perzische woord 'Khoda' ('God'); van belang is ook de 
achtergrond in het Sanskriet: het woord 'hu' betekent (onder meer) 'aanroepen'.

Geloofsopvattingen over het wezen van God en goden
Theologie houdt zich o.a. bezig met de studie van het wezen van de godheid. 
Enerzijds trachten theologen die wezenskenmerken expliciet te maken, soms zelfs te 
systematiseren. Anderzijds probeert men soms een persoonlijke godservaring te 
vangen in een theologisch of filosofisch systeem. Over het algemeen echter hebben 
veel theologische systemen gemeen dat ze beginnen met de notie van 'God' of 'god(en)'.

Opsomming van theologische posities
De verschillende theologische opvattingen zijn te groeperen en te classificeren 
naargelang hun positie betreffende drie fundamentele zaken:

"bestaat God of bestaan goden? En zo ja, wat is hun belang of plaats in de religie?"
"is God louter enkelvoudig of bestaan er meerdere goden?"
"is God transcendent of immanent dan wel beide?"
De antwoorden op deze drie vragen reflecteren en impliceren de verschillende posities 
aangaande de relatie tussen God/god(en) en de wereld enerzijds en tussen 
God/god(en) en de mensheid anderzijds.Ę

Agnosticisme is de visie dat we nooit met zekerheid kunnen weten of er al of niet een 
God of goden bestaan.

Animisme is het geloof dat er geesten bestaan, die dieren, planten, landobjecten en 
dergelijke bezielen. Dit geloof komt over de hele wereld voor, soms in combinatie met 
het praktiseren van een van de grote religies, waardoor een gesyncretiseerde vorm van 
oude animistische tradities en de nieuwere godsdienst ontstaat.
Athe´sme is de opvatting dat er geen God of goden bestaan. Deze opvatting wordt op 
verschillende wijzen geformuleerd.
De´sme is het geloof dat God volkomen transcendent is: God bestaat, maar behalve 
voor wat nodig was om de schepping tot stand te brengen grijpt Hij niet in de wereld in.
Dualisme (waaronder maniche´sme), is het geloof dat er zowel een volmaakt goede 
God is als een tegengestelde godheid van het kwaad met evenveel macht, of dat er een 
dergelijke tweedeling bestaat in de wereld als geheel of binnen de menselijke ziel.

Henothe´sme is een variant op het polythe´sme. Het zegt dat er vele goden zijn, maar 
dat een daarvan de allerhoogste is, dat de andere slechts ondergeschikt zijn en niet 
hetzelfde niveau van 'god-zijn' hebben. Sommige vormen van het klassieke Griekse en 
Romeinse polythe´sme vallen onder deze categorie, zie Griekse mythologie en 
Romeinse mythologie. De HNoordse mythologie, met haar oppergod Odin, waaraan 
alle andere goden ondergeschikt zijn, valt eveneens onder het henothe´sme. Bij de 
Azteken was er een henothe´stische stroming met Tloque Nahuaque.
Ietsisme is de moderne overtuiging dat er 'Ýets' is, maar dat hoeft geen god te zijn.
Logisch positivisme is de opvatting dat het woord 'god' op zichzelf betekenisloos is.

Monolatrisme is een bepaalde vorm van henothe´sme. De aanhangers ervan geloven 
in het bestaan van vele goden, maar ook dat deze goden hun macht alleen kunnen 
uitoefenen bij of voor degenen die hen aanbidden. Een monolatrist zou dus kunnen 
geloven in zowel de Egyptische goden als in de God die in de joodse Thora, de 
christelijke Bijbel of de islamitische Koran beschreven wordt, maar zal zichzelf slechts 
tot een van deze religies rekenen. De god of goden die zij aanbidden hebben invloed 
op hun leven; de andere god of goden niet.

Monothe´sme is het geloof in ÚÚn godheid. Namen voor deze godheid in diverse 
religies en talen zijn JHWH, God, Gott, Deo, Allah, Jumala, Bog en Brahma. Men hoeft 
geen christen te zijn om deze godheid God te noemen. Het monothe´sme moet niet 
verward worden met het zogenaamde "klassiek monothe´sme" waarbij extra eisen 
gesteld worden, zoals de eis dat deze ene godheid maar op ÚÚn manier aanbeden 
of gerealiseerd kan worden.

Non-the´stische religies stellen het bestaan van een god of goden niet centraal in de 
religieuze beleving. Het tao´sme, het boeddhisme en Advaita Vedanta (een 
filosofische richting binnen het hindoe´sme) zijn voorbeelden van non-the´stische 
religies. Non-the´stische religies dienen niet verward te worden met het athe´sme. 
Non-the´stische religies zijn niet tegen goden en kunnen het bestaan van goden 
bevestigen. Goden nemen echter wel een minder dominante plaats in, in de leer; 
ze zijn ondergeschikt aan concepten als bijvoorbeeld de tao, verlichting of 
non-dualisme.
Panthe´sme is het geloof dat God volkomen immanent is; kort gezegd: dat de 
kosmos, het universum zelf, God is. 

Panenthe´sme is het geloof dat God het universum bevat (immanentie), maar niet 
identiek is aan dat universum en het ook overstijgt (transcendentie). De kabbala, 
de joodse mystiek, geeft een panenthe´stische kijk op het wezen van God; deze 
visie wordt in het chassidische jodendom vrij algemeen geaccepteerd. Ook 
christelijke en islamitische mystieke stromingen zijn vaak onder deze noemer te 
scharen. Verder is het de visie van de procestheologie en van de christelijke 
beweging die in de VS bekend is als de 'Creation Spirituality'. Ook de 
hindoegodsdiensten hebben grotendeels een panenthe´stische visie op het wezen 
van God.

Polythe´sme is het geloof in het bestaan van vele goden. Men noemt het daarom 
ook wel 'veelgodendom'. Polythe´sme wordt vooral aangetroffen bij 
natuurgodsdiensten.
The´sme is het geloof dat God zowel transcendent als immanent is; God is dus 
tegelijkertijd oneindig en ver boven de mensen verheven, maar tegelijkertijd in 
zekere zin aanwezig in de wereld en in het wereldgebeuren. Sommige mensen 
gebruiken het woord 'monothe´sme' om te refereren aan het geloof in een enkele 
God/god en gebruiken 'the´sme' om elk geloof in God/god(en) aan te duiden, dus 
zowel monothe´sme als polythe´sme. Veel the´sten en monothe´sten geloven 
behalve in God als Opperwezen ook in het bestaan van andere, minder machtige 
onsterfelijke wezens, maar geven hen andere namen, zoals engelen, demonen of 
halfgoden.


Mannelijke, vrouwelijke en hermafrodiete goden
Door de geschiedenis heen is er een schommelend aantal mannelijke dan wel
 vrouwelijke goden, sommige zijn zelfs tweeslachtig of onzijdig. Men gaat ervan uit 
dat het maatschappijbeeld en de ordening van de samenleving sterk verband 
houden met de religieuze visie en omgekeerd. Zo zijn er talloze archeologische en 
historische aanwijzingen dat er in de prehistorie (Neolithicum) tot zo'n 7.000 jaar 
geleden een samenleving bestond, waarvan het centrum in AnatoliŰ lag, met als 
opperwezen een moedergodin. Ook bij opgravingen naar de Indusbeschaving 
heeft men talloze aanwijzingen gevonden van een moedergodincultus. Pas toen 
nomadenstammen, mogelijk om klimatologische redenen, deze culturen 
overrompelden, werden ook mannelijke goden binnen deze gemeenschappen 
voorwerp van aanbidding. Vaak werd de moedergodin dan door de mannelijke 
god(en) verdrongen. Maar er is een lange overgangsfase waarin de cultussen 
van godinnen, zij het vaak in ondergedoken vorm, parallel blijven voortbestaan, 
soms tot op de dag van vandaag. De Romeinen waren ook op dat punt uiterst 
tolerant, zolang de openbare orde maar niet werd geschaad.

Uit de mythologische verhalen en afbeeldingen van de oudste religies kan men 
nagaan dat machtige goden en zelfs het opperwezen als tweeslachtig of 
hermafrodiet werden beschouwd. Zo zijn er beelden van Indische goden met een 
uiterlijk dat zowel mannelijk als vrouwelijk kan worden gezien. Er is zelfs een 
shivabeeld waar de god letterlijk een vrouwelijke en een mannelijke helft vertoont, 
maar in het hindoe´sme zijn alle goden uiteindelijk incarnatie van ÚÚn universele 
godheid. Sinds de Klassieke Oudheid is het dominante model in het echte 
veelgodendom dat goden 'trias'-groepen vormen: een ouderpaar met kroost.

Ook de oude religie die in het noordwesten van Europa voor de kerstening gold, 
spreekt van hermafrodiete entiteiten die aan de schepping voorafgingen en heeft 
goden die hetzij zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, hetzij in paarvorm voorkomen. 
Zo is er bijvoorbeeld de oude cultus van de vruchtbaarheidsgod Freyr, wiens 
vrouwelijke kant Freya heet.

Dierlijke, menselijke, abstracte en gelijkgestelde godsbeelden
Wanneer godheden worden voorgesteld als en/of gelijkgesteld met bepaalde 
diersoorten, waarmee ze geacht worden eigenschappen te delen, spreekt men 
van zo÷morfisme. Wanneer goden voorgesteld worden als (super)mensen 
spreekt men van antropomorfisme. Beide zijn courant in het polythe´sme, en 
kunnen gecombineerd worden, zoals Oud-Egyptische goden vaak een 
mensenlichaam met dierenhoofd hadden.

Binnen het pantheon van ÚÚn religie kunnen godheden meerdere gedaanten 
hebben, niet enkel door zich te 'vermommen' als mens of dier, maar zelfs doordat 
de ene als incarnatie van de andere geldt. In het hindoŰ´sme zijn zelfs alle 
godheden uiteindelijk incarnaties van de originele godheid.

Verder kwam het vaak voor dat al dan niet verwante culturen met een vergelijkbaar 
polythe´sme eigen godheden gelijkschakelden met min of meer overeenkomstige 
uit ander pantheons. Dat gebeurde op grote schaal in de culturen van het 
hellenisme, vooral tussen Grieken en Romeinen, die voor de meeste goden 
equivalenties kenden.

Godsbegrip in verschillende culturen
Doorheen de tijd en verspreid over de hele wereld zijn min of meer van elkaar 
verschillende godsbegrippen opgedoken. Tegelijk dragen die een 
overeenkomstige kern in zich, het geloof in bovennatuurlijke wezens, anders 
dan mens en dier.

Hindoe´stisch godsbegrip
Doordat het hindoe´sme geen controlerend instituut kent, zoals bijvoorbeeld het 
Vaticaan, zijn de leringen er daardoor meer divers dan in ge´nstitutionaliseerde 
religies. Bovendien hebben het boeddhisme, het sikhisme, het ja´nisme en andere 
stromingen het hindoe´sme over de eeuwen heen in bepaalde aspecten be´nvloed 
en de diversiteit versterkt.

De meeste hindoes geloven in de absolute eenheid van een transcendente en 
immanente God, het oneindige kosmische bewustzijn (Parama Purusha), die de 
schepper is van het universum en waar alle wezens ten innigste mee verbonden 
zijn. De meeste hindoes vereren maar ÚÚn God, zoals de Brahma, Shiva of 
Vishnoe. Zij geloven dat andere goden incarnaties zijn van die ene God, 
aspecten of opvolgende fasen ervan.

Sommige filosofische tradities in het hindoe´sme (zie de zes hoofdscholen van 
de hindoefilosofie) gebruiken het woord God op een meer onpersoonlijke manier 
en stellen het gelijk met filosofische concepten als 'het al', 'de waarheid' of 'het 
proces van oorzaak en gevolg'.

Boeddhistisch godsbegrip
In principe erkent het boeddhisme geen concept dat overeenkomt met het bestaan 
van een god als schepper van het universum. Het erkent echter wel het bestaan 
van goden en hemels. Alhoewel een van deze goden (de Maha Brahma) denkt dat 
hij de wereld geschapen heeft, stelde de Boeddha dat de Maha Brahma op dit 
terrein een foute visie heeft, en dat het heelal niet door een god of wezen 
geschapen is. Het fysieke heelal ondergaat volgens Gautama Boeddha zeer 
langdurige cycli van ontstaan, groei, neergang, en ondergang. Na de ondergang van 
het heelal ontstaat het heelal weer opnieuw. Boeddha zei dat er geen oorspronkelijk 
begin waarneembaar is in deze cyclus van het achtereenvolgens ontstaan en 
wederom ondergaan van het heelal.

Er bestaan in de boeddhistische kosmos 26 verschillende hemels, waar 29 
verschillende soorten goden (devas) verblijven. Wedergeboorte in een hemel wordt 
beschouwd als een gunstige wedergeboorte en het resultaat van het gemaakt 
hebben van goed karma. Wezens die in een hemel wedergeboren worden, heten 
goden of devas. Deze devas (of goden) leiden een gelukkig en comfortabel leven, 
maar worden niet als de ultieme toevlucht gezien, daar devas ook sterven en wederom 
geboren worden in veelal een andere conditie (mens, dier, geest, et cetera).

Het beschouwen of gedenken van de goede kwaliteiten van goden of devas (Pali: 
devanussati) is een van de aanbevolen vormen van meditatie in het boeddhisme.

Oud-Egyptisch godsbegrip
In het Oude Egypte beschouwde men natuurlijke en bovennatuurlijke drijfkrachten, 
wetmatigheden en principes die in de hele kosmos functioneren als 'netjer' (mv. netjeru). 
De term werd later, bij gebrek aan een betere, door de Grieken vertaald als ????, theos. 
Daarom werd de term in de westerse cultuur gelijkgesteld met 'god' of 'goden'. Maar
in feite was het veel ruimer en er was ook een zekere ontwikkeling van het begrip netjer 
gedurende de vier millennia van de Oud-Egyptische cultuur. Bij de meest oorspronkelijke 
opvatting golden concepten zoals te vinden zijn in de zogenaamde Ogdoade van 
Hermopolis. 'Vergoddelijking' van dergelijke begrippen gebeurde geleidelijk aan. 
De Egyptische 'goden' waren niet transcendent maar immanent.


Aangezien de wereld van de netjeru een reflectie was van onze wereld, waren ook niet 
alle netjeru gelijkwaardig. Zij waren in een hiŰrarchie van macht en invloed geplaatst.

De wereld zoals wij die waarnemen en kennen was slechts een bijproduct van de 
activiteit van de netjeru. Als dingen misgingen was dat omdat een netjer verstoord of 
vertoornd was. Men moest daarom dagelijks de grote en kleinere rituelen volhouden om 
aan hen dankbaarheid te betonen en om hun gunstige invloed te bekomen. Het grootste 
ritueel werd door de farao voltrokken en had als oogmerk het in stand houden van de 
kosmische orde.

Farao Achnaton nam die naam aan nadat hij tabula rasa maakte met het veelgodendom 
en slechts ÚÚn god, de almachtige schepper Aton, erkende. Na zijn (mogelijk niet 
natuurlijke) dood werd zijn 'ketterse' gedachtenis meteen uit de herinnering gewist terwijl 
het aloude polythe´sme in ere werd hersteld.

Oud-Grieks godsbegrip
De Grieken geloofden dat er veel verschillende goden en andere mythische wezens 
bestonden. Zij waren polythe´stisch en vereerden een pantheon aan goden en godinnen. 
Dit polythe´sme heeft onder andere als oorzaak dat veel plaatselijke culten werden 
verenigd tot ÚÚn panhelleense godsdienst, zoals dat ook het geval was met de 
Egyptische mythologie waar zij deels op steunden. Er was eveneens een sterke invoer 
van de Thracische en Anatolische mythologieŰn, waaruit een aantal godheden letterlijk 
zijn overgenomen. De godenverhalen werden mondeling overgeleverd, wat waarschijnlijk 
de reden is dat er hier en daar plaatselijke varianten en tegenstrijdige feiten opduiken.

Wanneer belangrijke beslissingen moesten worden genomen vroeg men vaak om raad. 
Men trok naar de tempel in Delphi om een orakel, een raadgevende uitspraak van de 
goden, te vragen. In de Griekse wereld werden offers gebracht om de goden gunstig te 
stemmen of ze te bedanken. Dat gebeurde veelal op een altaar. Zo'n altaar stond in een 
temenos, een heilig domein, waarin soms ook een tempel stond. Een offer was vaak een 
landbouwproduct; een bloedgave was meestal een (gezond) dier. In mythen wordt wel 
verteld over mensenoffers, zoals het verhaal waarin Agamemnon zijn dochter Iphiginea 
offert om van Artemis een gunstige wind te krijgen om naar Troje te kunnen varen.

De Griekse goden beschikten over buitengewone krachten, maar konden menselijke 
gestalten aannemen en vertoonden menselijk gedrag en gebreken. Er werden vaak 
machtsspelletjes gespeeld, en emoties als wellust, woede, vrolijkheid en jaloezie waren 
hen niet vreemd, reden waarom de Griekse mythen en verhalen de mensen zowel vroeger 
als nu blijven aanspreken.

Oud-Romeins godsbegrip
Het Romeins model dacht op een andere manier over de goden dan de Grieken. Zou men 
een Griek naar Demeter vragen, dan zou hij vertellen over het bekende verhaal van haar 
verdriet over Persephone, die geschaakt was door Hades.

Een Oude Romein zou echter vertellen dat Ceres een officiŰle priester had, flamen 
genoemd, die een junior was ten opzichte van de flamens van Jupiter, Mars en Quirinus, 
maar senior ten opzichte van de flamens van Flora en Pomona. De Romein zou vertellen 
dat Ceres hoorde bij een drietal goden van de landbouw, samen met Liber en Libera. 
Hij zou zelfs alle lagere goden oplepelen met speciale functies richting Ceres, zoals Sarritor 
(de wieder), Messor (om te oogsten), Convertor (om te vervoeren), Conditor (voor de opslag) 
en Insitor (voor het zaaien) en tientallen meer.

De archa´sche Romeinse mythologie bestond dus niet uit verhalen over de goden, maar 
uit relaties tussen de goden onderling, en tussen goden en mensen. Het principe do ut des 
overheerst: welbepaalde offers en andere religieuze handelingen moeten tegenprestaties 
vande goden 'verdienen'. De politiek is nauw verweven met de staatcultus, waarin later de 
vergoddelijkte keizers een cruciale ereplaats innemen tot de kerstening de rollen omkeert.

De oorspronkelijke godsdienst van de vroege Romeinen werd later gewijzigd door 
toevoeging van talloze, zelfs conflicterende, geloven in latere tijden. Ook door het opnemen 
van een grote hoeveelheid Griekse mythologie, waardoor alle Griekse goden een Romeinse 
naam kregen. Het weinige wat bekend is van de vroege Romeinse mythologie is niet 
afkomstig uit berichten uit die tijd, maar van latere schrijvers, die probeerden de oude 
tradities te behouden, zoals de geleerde Marcus Terentius Varro uit de 1e eeuw v.Chr. 
Andere klassieke schrijvers, zoals de dichter Ovidius werden sterk door de Hellenistische 
modellen be´nvloed. In hun werken vulden zij gaten in kennis op met elementen uit het 
Griekse godsgeloof.

Noords of Germaans godsbegrip
In de Noordse of algemeen Germaanse mythologie die tot aan de kerstening in het grootste 
gedeelte van Europa gold, werd een god beschouwd als een regulerende drijfkracht: 
Oudnoords regin, gen. pl. ragna = heersende macht. Deze krachten en machten doordringen 
de hun toebedeelde plaatsen in de 9 werelden, maar be´nvloeden ook de menselijke psyche. 
Onder de categorie van drijfkrachten vielen niet alleen de Asen en Wanen, maar ook 
natuurgeesten zoals de Alven, en bovendien lagen er oeroude entiteiten aan de basis van 
de hele schepping, die Thursen en Joten werden genoemd en waaruit de goden en de 
werelden zelf voortkwamen. De opperste macht werd aan de oppergod Odin of Wodan 
toebedacht, al had hij zelf ook begin en eind in een macrokosmische beschouwing. Hij was 
vooral uit op het vermeerderen van zijn kennis, zelfs als hij daarvoor letterlijk of figuurlijk 
moest strijden.

De voor-christelijke Germanen gebruikten het onzijdige woord als aanduiding voor het 
godsbegrip nog tot na de kerstening. In het Oudnoords voerde men er daarna, rond het jaar 
1000, ook een mannelijk woord voor in, maar dat was enkel van toepassing op de christelijke 
God.

Zoroastrisch dualisme
Het Antiek PerziŰ had een bijzondere religie, bekend als Zoroastrisme (naar de profeet) 
of Mazde´sme, waarin twee goddelijke principes elkaar in evenwicht houden, de positieve 
Ahura Mazda en de negatieve Ahriman.

Het bijhorend 'dualistich' denken zou sterk nawerken in de christelijke theologie, enerzijds 
als model voor God en de Duivel, anderzijds als tweeledig model voor diverse ketterijen 
met betrekking tot twee of drie goddelijke personen en/of naturen.

Pre-columbiaans godsbegrip
In de grote culturen van Midden- en Zuid-Amerika, zoals Azteken, Mayas en Incas, zijn de 
goden de incarnaties van de natuurkrachten en bewakers van een kosmische cyclus, die 
mede gaande moet worden gehouden door bloedige offers aan hen, meteen de basis 
voor een militaristische staatsorganisatie die daartoe krijgsgevangenen moet maken.

Monothe´stisch godsbegrip
In het jodendom, het christendom en in de islam (ook wel de Abrahamitische religies 
genoemd) wordt exclusief een enkele god beschouwd als opperwezen dat heerst over het 
universum, evenals in het bahß'Ý-geloof, het brahmanisme en het zoroastrisme. De oude 
monothe´stische traditie die de drie Abrahamitische religies verbindt wordt door deze 
tradities teruggeleid tot de, naar verluidt, eerste profeet, Abraham (hoewel sommigen 
geloven dat Adam als eerste profeet moet beschouwd worden).

Naar deze traditie gelooft men in het bestaan van ÚÚn god, die de schepper is van de 
hemel en de aarde. Daarnaast zijn Hem een aantal eigenschappen toegedicht als 
almacht (omnipotentie), alwetendheid, al-goedheid (liefde, barmhartigheid), 
alomtegenwoordigheid en rechtvaardigheid. Er bestaan echter uiteenlopende opvattingen 
over deze eigenschappen. Het bahß'Ý-geloof streeft de vereniging van alle religieuze 
opvattingen, en primair de monothe´stische abrahamitische, na.

Volgens sommige historici is het abrahamitische geloof in een enkele god terug te 
leiden tot het zoroastrisme zoals grondgelegd door Zarathoestra in het antieke PerziŰ. 
Volgens hen zou het Zoroastrisme de oudst bekende monothe´stische religie zijn. 
Het brahmanisme is een eerdere monothe´stische stroming.

Er is een aantal argumenten voor het bestaan van God beschreven, evenals argumenten 
voor de thesis dat God niet bestaat. Bij de laatste hoort het probleem van het kwaad en 
het lijden in de wereld, waar met de theodicee een antwoord op geformuleerd is.

Esoterisch godsbegrip
Het esoterische godsbegrip wordt door een deel van de mensen in de Westerse wereld 
gehanteerd, vaak met verwerping van de christelijke dogma's. Zij zien God niet als een 
persoon en ook niet als mannelijk of vrouwelijk, maar als een alles omvattende, overal 
en altijd aanwezige energie, kracht en/of bewustzijn. "Alles omvattend" betekent inclusief 
de mens zelf, die dan deel uitmaakt van deze goddelijke kracht. De 'drie-eenheid' versie 
bij het esoterische godsbegrip is: God is de Schepper Ún het Geschapene Ún het 
Scheppingsproces. Communicatie met God vanuit dit begrip kan als volgt samengevat 
worden: "Ik praat voortdurend met alles en iedereen. Het gaat er niet om tegen wie Ik praat, 
maar wie naar Mij wil luisteren".

Neopaganistisch godsbegrip
Neopaganisme is een verzamelnaam voor verschillende religieuze en/of 
wereldbeschouwende overtuigingen. Het houdt niet aan ÚÚn bepaald dogma vast. 
De meeste neopaganisten hebben een polythe´stisch, panthe´stisch of panenthe´stisch 
geloof, dikwijls vermengd met elementen uit het animisme. Voor sommige neopaganisten, 
wicca-aanhangers in het bijzonder, is een primair model van God de 'Gehoornde God'.

Terwijl de meeste neopaganisten vele goden aanbidden, kan het af en toe ook een vorm 
van monothe´sme zijn; de vele goden worden dan gezien als aspecten van ÚÚn God/god.

Hoe God en goden met mensen zouden communiceren
Veel religies leren dat God zijn wil aan de mensen kenbaar kan maken. In het juda´sme, 
het christendom en de islam wordt dit proces openbaring genoemd en betreft Zijn eeuwige, 
absolute waarheden, cruciaal voor de theologie. Vooral de heidense godsdiensten geloven 
vaak veeleer in meer pragmatische, ad-hoccommunicatie met godheden, veelal via 
magische methoden zoals offers, mediums en allerlei waarzeggerij, genezingen en andere 
specifiek gerichte riten.

Sommige religies leren dat God zijn wil vooral of alleen openbaart aan (via) bepaalde 
personen die profeten genoemd worden. Anderen geloven dat openbaring gekanaliseerd 
wordt door God gesanctioneerde instellingen. Weer andere, vooral sommige meer mystiek 
georiŰnteerde religies en geloofsstromingen, leren dat openbaring in principe aan alle 
mensen gegeven kan worden, tijdens bijvoorbeeld gebed, meditatie of aanbidding van 
God. Openbaring of vermeende openbaring heeft in al deze tradities en overleveringen 
verschillende vormen aangenomen.

Zo kent men bijvoorbeeld een hoorbaar gesproken openbaring, een inspiratie van 
gedachten (als een communicatie van de Geest van God naar de menselijke geest) en 
handelingen die de wil van God zou openbaren, en een geschreven openbaring. 
De boeken van de Tenach worden binnen de joodse traditie beschouwd als producten 
van goddelijke openbaring aan en via diverse joodse individuen uit de geschiedenis. 
Door de christenen wordt dit onderschreven, maar zij beschouwen de boeken van het 
Nieuwe Testament, handelend over het leven van Jezus Christus en de stichting van de 
eerste christelijke gemeenten, eveneens als producten van goddelijke openbaring aan en 
via verschillende individuen, ook van (veelal) joodse afkomst.

Moslims houden vast aan het geloof dat de Koran de enige betrouwbare representatie is 
van goddelijke openbaring, die exclusief via ÚÚn persoon, Mohammed, als boodschapper 
aan de mensen gegeven is. De Heilige Boeken daarvoor geopenbaard zouden corrupt 
zijn door verkeerde interpretatie.

Over hoe openbaring werkt en wat iemand precies bedoelt wanneer hij/zij zegt dat een 
bepaald boek 'goddelijk ge´nspireerd' is, wordt verschillend gedacht. In Het Urantia Boek 
wordt gesproken van vijf grote wonderbaarlijke openbaringen, sinds de eerste mensen op 
aarde verschenen, bijna een miljoen jaar geleden. De eerste vond een half miljoen jaar 
geleden plaats, kort nadat ergens in wat nu Noord-India heet de aanzet plaats vond tot de 
diverse gekleurde rassen op aarde, iets waarover overigens alleen in dit boek met gezag 
wordt gesproken. De eerste wonderbaarlijke openbaring had, volgens het boek, plaats in 
de regio die later MesopotamiŰ genoemd werd, en mannen als Mek, Van en Nod voerden 
toen commissies aan die hielpen de primitieve mens in die tijd beter te leren omgaan met 
zijn / haar omgeving. De tweede wonderbaarlijke openbaring waarover Het Urantia Boek 
verhaalt zou zo'n 38.000 jaar geleden hebben plaatsgevonden. In de Bijbel wordt deze 
gebeurtenis gepresenteerd als het ontstaan der mensheid (Adam en Eva), echter wordt 
dit in Het Urantia Boek in een meer eigentijds licht geplaatst. Eigentijds, omdat inmiddels 
ook wetenschappers neigen naar de vaststelling dat juist rond die tijd iets bijzonders moet 
zijn gebeurd op de planeet. Alsof een Nieuwe Mens vrij plotseling was opgestaan, zonder 
duidelijke voorgeschiedenis, wat strookt met de bijzondere gebeurtenis rond de komst van 
Adam en zijn gade, zoals beschreven in het boek. De derde wonderbaarlijke openbaring 
zoals beschreven in Het Urantia Boek hangt samen met de komst van de profeet 
Melchizedek, omstreeks 2000 jaar voor onze jaartelling. Aan de achterzijde van de Mozes 
en Aaronkerk in de voormalige jodenbuurt van Amsterdam hangt halverwege de blinde muur 
een imposant beeld van deze profeet. De vierde wonderbaarlijke openbaring heeft volgens 
het boek te maken met de komst van Jezus als christus zelf, zijn leven en werk. Ten slotte 
wordt Het Urantia Boek zelf als de vijfde wonderbaarlijke openbaring genoemd. Het 
verscheen in oktober 1955 voor het eerst in Amerika en in 1997 in het Nederlands.

Neopaganisme leert dat communicatie van de goden gewoonlijk direct en ervaringsgericht 
is; zij kennen niet de concepten van 'geschrift, 'profeet' of 'openbaring' in de betekenis die 
de drie Abrahamitische godsdiensten eraan geven. Men gelooft dat normaal gesproken 
een goddelijke boodschap direct doorgegeven wordt aan de persoon of de personen voor 
wie ze bedoeld is. In sommige tradities wordt een zogenaamd openbaringsritueel 'Drawing 
down the moon' genoemd, wat iets als 'het oproepen of aantrekken van de maan' betekent.
Daarbij roept een hogepriesteres (soms een hogepriester) de godin aan en geeft de naar 
men meent goddelijk ge´nspireerde woorden door aan de verzamelde gelovigen. Dit ritueel 
wordt het meest gepraktiseerd in wiccatradities. Ook het animisme, het spiritisme, 
occultisme en verschillende natuurgodsdiensten zoals winti kennen een vorm van 
openbaringsgerichte rituelen. De persoon of personen door wie een 'goddelijke boodschap' 
of 'boodschap van de geesten' aan de mensen gegeven wordt heeft binnen elke traditie 
weer een andere naam (medicijnman, peeai, medium, bonuman, enz.). Oude animistische 
tradities die door veel moslims naast de islam gepraktiseerd worden kennen de 'marabout', 
aan wie naast genezende krachten vaak ook mediamieke krachten worden toegeschreven. 
De meeste van deze tradities vereren naast een 'schepper-God' ook allerlei geesten en/of 
goden.

In het hindoe´sme wordt de communicatie tussen God en de mens meestal meer beschouwd 
als een vorm van spirituele realisatie of zelfverwerkelijking. De mensen die dit is overkomen 
of die dit stadium bereikt hebben worden omschreven als rishis of wijzen. Het hangt van de 
stroming af of de woorden van deze rishis als goddelijke openbaringen, als spirituele 
wijsheden, dan wel als beiden beschouwd worden.

Wetenschap en God
Het bestaan van goden is nooit op wetenschappelijke wijze vastgesteld. In andere woorden: 
er is geen wetenschappelijk bewijs dat god(en) wel of niet (kunnen) bestaan. Veel empirische 
wetenschappers gaan daarom uit van de hypothese dat er geen goden bestaan. Zij 
beschouwen goden als eeuwenoude verklaringspogingen voor bepaalde menselijke noden, 
behoeften, onbehagen of welzijn en als symbolische voorstellingsvormen die door eeuwen 
van religieuze traditie en overlevering tot op heden in stand gebleven zijn binnen religies of 
godsdiensten.

Aangezien goden uit hun aard bovennatuurlijk en onstoffelijk zijn, kan de wetenschap ook niet 
uitsluiten dat goden bestaan. Het is dan ook mogelijk dat wetenschappers in een god of 
goden geloven. Voorbeelden zijn Georges Lemaţtre, Blaise Pascal, Isaac Newton, Kurt 
G÷del en Werner von Braun.

In het algemeen houdt de (westerse) wetenschap zich alleen bezig met de via haar eigen 
methoden meetbare en reproduceerbare verschijnselen. Zo valt bijvoorbeeld metafysica 
volgens dit principe buiten de objectgerichte wetenschap. De godsdienstfilosofie houdt 
zich bezig met de rationele analyse van de fundamenten van de diverse godsdiensten. 
Hiermee samen hangt de vraag of 'God de mens schiep' of dat 'de mens God schiep' en 
daaropvolgend ofwel de theologische vraag waarom God de mens schiep, ofwel de 
antropologische vraag waarom de mens God schiep.

Overdrachtelijk
Buiten de religieuze context wordt de term god nog gebruikt: in de beschouwende 
wijsbegeerte, voor een filosofisch geponeerde absolute entitiet, inz. de oorzaak van alles, 
zonder daaraan persoonlijke eigenschappen toe te kennen als metafoor voor zeer machtige 
en/of vereerde sterfelijke personen, zoals een idool in de seculiere betekenis die ironisch 
ook met afgod wordt betiteld, of zelfs levenloze dingen of begrippen waaraan 'absolute' 
waarde wordt gehecht.

Na vele paginaĺs van en over god is het duidelijk dat zelfs een wikipedia het moeilijk heeft 
om zaken te beschrijven. Paginaĺs vol aan verklaringen verwijzingen en woorden om god 
zo te zetten zoals het vaticaan het wil hebben. Want geloof me hier is weinig wetenschap 
aan te pas gekomen en is alles wat er geschreven is niets meer dan vermoedens. Want 
god is een fictie een bijbelsfiguur en een woord wat totaal iets anders zegt als dat men 
ons doet geloven maar om de beschrijving helemaal te maken even wat goden op een rijtje. 
  



NAAR HOOFDSTUK 11

 

 

"Being human is helping each other"


 

Please enjoy this site, learn the way of never-ending health and for living a better life 
by finding your path in a World of Positive Energy.

A special thanks for all the people who support this site.

 

Facebook icon
Twitter icon
Linkendin icon
google icon


Due to the many visitors on this website, we are experiencing some delays in answering.
Your e-mail will be processed in the order it was received, 
but if you get no response to your e-mail within 2 days please write/submit again.